Voorrang is een van de belangrijkste onderwerpen op het theorie-examen én in de praktijk. De regels zelf zijn niet ingewikkeld, maar je moet ze snel herkennen: welk soort kruispunt is dit, welke borden en strepen gelden er, en wie gaat er dus eerst?
Wat gaat voor wat?
Als er meerdere aanwijzingen zijn, geldt deze volgorde:
- Aanwijzingen van een verkeersregelaar of de politie;
- Verkeerslichten;
- Verkeersborden en markeringen, zoals haaientanden;
- De algemene verkeersregels, zoals verkeer van rechts gaat voor.
Staat een verkeerslicht op groen terwijl er ook haaientanden liggen, dan geldt dus het licht.
Gelijkwaardig kruispunt: verkeer van rechts gaat voor
Op een kruispunt zonder verkeerslichten, voorrangsborden of haaientanden heeft verkeer van rechts voorrang. Dat geldt voor alle bestuurders, dus ook voor fietsers en bromfietsers van rechts. Komen er van meerdere kanten bestuurders aan, dan werk je het af in volgorde: wie niemand van rechts heeft, gaat eerst.
Eén uitzondering: wie van een onverharde weg (zoals een zandweg) een verharde weg oprijdt, verleent voorrang aan het verkeer op de verharde weg, ook als hij van rechts komt.
Voorrangsweg, haaientanden en stopbord
- Voorrangsweg (geel-wit ruitvormig bord, B1): je hebt voorrang op de kruispunten, tot het bord einde voorrangsweg (B2).
- Voorrangskruispunt (driehoekig bord met een kruis, B3): op het eerstvolgende kruispunt heb jij voorrang.
- Haaientanden en het omgekeerde driehoekige bord (B6): je verleent voorrang aan het verkeer op de kruisende weg. Stoppen hoeft alleen als er verkeer aankomt.
- Stopbord (B7): je stopt altijd volledig, ook als de weg vrij is, en verleent daarna voorrang.
Meer borden en hun betekenis vind je bij verkeersborden.
Afslaan
Als je afslaat, laat je het rechtdoorgaande verkeer op dezelfde weg voorgaan. Dat zijn tegenliggers als je linksaf gaat, maar ook fietsers en bromfietsers op het fietspad of de fietsstrook naast je als je rechtsaf gaat. Daarnaast laat je voetgangers die de weg oversteken waar je inrijdt voorgaan.
Uitritten en erven
Wie een uitrit (bijvoorbeeld van een parkeerterrein of tankstation) of een erf verlaat, verleent voorrang aan al het verkeer op de weg: voetgangers, fietsers en auto's, van links én van rechts. De regel "verkeer van rechts gaat voor" geldt hier niet.
Voorrang krijg je, je neemt het niet
Ook als je voorrang hebt, moet je een aanrijding voorkomen. Ziet het ernaar uit dat iemand je voorrang niet geeft, dan rem je. En voertuigen met blauw zwaailicht én sirene geef je altijd ruim baan.
Op een rotonde gelden nog een paar extra afspraken. Die lees je bij rotonde-regels.